De Arabische teksten staan volledig uitgeschreven, met daaronder een Nederlandse betekenisvertaling. Eén bewijs wordt hier één keer genoemd, ook wanneer meerdere regels van het model erop teruggaan.
Allah heeft de goede en slechte daden vastgesteld en dat vervolgens uitgelegd: wie een goede daad voorneemt maar haar niet verricht, voor hem schrijft Allah één volledige goede daad. Verricht hij haar, dan schrijft Allah tien tot zevenhonderdvoudig of nog meer. Wie een slechte daad voorneemt maar haar niet verricht, voor hem schrijft Allah één volledige goede daad; verricht hij haar, dan schrijft Allah één slechte daad.
De wereld is voor vier personen. De eerste heeft van Allah bezit en kennis gekregen en gebruikt zijn bezit met godsvrees, onderhoudt zijn familiebanden en erkent daarin het recht van Allah; hij bevindt zich in de beste positie. De tweede heeft kennis maar geen bezit en zegt met een oprechte intentie: als ik bezit had, zou ik handelen zoals die eerste. Hij wordt naar zijn intentie beoordeeld en hun beloning is gelijk. De derde heeft bezit maar geen kennis en besteedt het zonder kennis, godsvrees of erkenning van Allahs recht; hij bevindt zich in de slechtste positie. De vierde heeft noch bezit noch kennis en zegt: als ik bezit had, zou ik handelen zoals die derde. Hij wordt naar zijn intentie beoordeeld en hun zondelast is gelijk.
Wanneer twee moslims elkaar met hun zwaarden tegemoet treden, bevinden zowel de doder als de gedode zich in het Vuur. Er werd gevraagd: de doder begrijpen wij, maar waarom de gedode? Hij antwoordde: hij was vastbesloten zijn tegenstander te doden.
Enkele metgezellen kwamen bij de Profeet ﷺ en zeiden: wij treffen in onszelf gedachten aan die ieder van ons te verschrikkelijk vindt om uit te spreken. Hij vroeg: hebben jullie dat werkelijk ervaren? Zij zeiden: ja. Hij zei: dat is duidelijk en oprecht geloof.